Prive Sex Almere

Naakte tiener sletjes moeder leert dochter pijpen

.

Pik afbinden oud nuekt jong

Ik voelde me wel een beetje geroepen om ouderlijke vermaningen te geven over zaken als 'te koop lopen met', eigenwaarde, het belang van het innerlijk, en de waarde van een goed gesprek. Tot ik mij bedacht dat hormonen geen oortjes hebben. En sommige levenslessen komen met de jaren.

Uiteraard verheugde ik me op de nabeschouwingen. Niets geeft zo'n inkijk haha in het diepere gevoelsleven hihi van de tiener, als het verslag van een puberfeest. Ze had het aangedurfd om hem aan te spreken. Omdat ik zelf een hazenhart heb in dit soort zaken, vond ik dat prijzenswaardig. Dochterlief had echter zwaar de pest in. Zo zwaar dat het enige tijd duurde voordat de aap uit de mouw kwam.

Een 'platte slet zonder tieten' had zijn aandacht getrokken. En viaviavia had ze gehoord dat J. Tja, daar sta je dan, als vader. Ik kon mij even goed inleven in die jongen als in mijn dochter. En dan moet je ook nog de opvoeder zijn.

Dat gaat wel over als ze 80 zijn. Tijdens mijn verdedigende monoloog over mannenhumor, stoere-jongens-praat, en de verschillen tussen man en vrouw, merkte ik dat ik toch een aantal bonuspunten was kwijtgeraakt. Je kind leert een levensles, en jij betaalt ervoor. Elke stap in de richting van een realistisch wereldbeeld, onafhankelijkheid, en individualiteit, is een hap uit je ouderlijk voetstuk. En dan opeens sta je op gelijke hoogte, denk ik.

Maar die tijd is nog ver. Nu kan ik haar nog helpen om dingen te relativeren. Ja, jongens denken veel aan seks. En meiden denken veel aan vriendjes. Dat moet ze leren inzien, zoals zoveel dingen. En dat geeft teleurstellingen. Het is een lange weg van Teletubbie naar onafhankelijke vrouw. Ik heb nog maar niet verteld dat die weg eigenlijk nooit eindigt. Het is heuvel na heuvel. En ik weet al wat de eerstvolgende heuvel zal zijn: Het zijn steile, verraderlijke heuvels, maar we komen er wel.

Hier in Huize Sarcas nemen we de tijd om over dit soort dingen te praten. Relaties, seks, gevoelens, vriendschappen En daarom heb ik een uitstekend gevoel over de toekomst. Het komt allemaal wel goed. Het is tenslotte een supermeid! Hij studeerde een blauwe maandag psychologie, was werkzaam als systeembeheerder, en kreeg zoveel lol in het opvoeden dat hij op latere leeftijd pedagogiek is gaan studeren. Overslaan en naar de algemene inhoud gaan.

Zwanger worden Zwanger-bevalling Baby-dreumes Peuter-kleuter Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Leeftijden - Alle - Zwanger worden Zwangerschap en bevalling Babytijd-dreumestijd Peutertijd-kleutertijd Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Home » Columns » 32 lekker ding.

Beschermend instinct Natuurlijk wil ik dat mijn dochter geniet van haar jeugd, en zich vrij en zeker genoeg voelt om relaties aan te gaan. Ja, ik accepteer alle cookies en aanverwante technieken. Dank je wel, helemaal top. Klik nu op de knop hieronder om je keuze te bevestigen en door te gaan naar FOK. Ja, Ik wil graag een goed werkende site! Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken.

Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site. Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc. Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id. Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou.



.


Nu weet u dus, als u hem ziet, de reden waarom hij u niet. Probeer het eens, dan pas merk je hoe handig Buddingh zijn gedichtje is geschreven. De Peperwijting Tussen al 't visvolk in de zee zwemt ook de peperwijting mee. Maar eeuwenlang stond hij te boek als 'de gevinde honingkoek'. Men meende dat hij daarnaar rook. Zelfs Aristoteles dacht dat ook. Doch toen men 't echt eens uit ging vissen, ontdekte men: Zodat hij sindsdien, bij decreet, overal peperwijting heet.

De Latijnse vertaling van peperwijting is inderdaad Merlangius papyrus, als men peper ten minste leest als 'paper' papier in het Engels, weer zo'n kleine vondst, waar Buddingh een patent op heeft. Ook het binnenhalen van Aristoteles klopt, deze filosoof schreef een apart boek over dieren, en aangezien hij niet steeds over de nodige empirische kennis beschikte om een dier goed te beschrijven, durfde hij wel eens af te gaan op bakerspraatjes van vissers en reizigers, zodat zijn dierenboek eigenlijk een fantasieboek is geworden, verwant dus aan de gorgelrijmen van Buddingh.

Om maar weer eens aan te tonen dat achter Buddingh's eenvoud heel wat eruditie schuil gaat. We besluiten met een mini-gedichtje dat de bloemlezingen heeft gehaald: Zeer Vrij Naar Het Chinees de zon komt op. Toch nog even melden dat er een nieuwe bundel verzamelde gedichten is verschenen van Hans Faverey, verzameld en ingeleid door Marita Mathijsen.

Over haar opzoekingswerk hierover schrijft ze in De Groene Amsterdammer van deze week: Maar hoe stel je vast of een gedicht voltooid is? Om te begrijpen hoe moeilijk dat is in het geval Faverey, moet je iets weten van zijn werkwijze. De dichter begon een gedicht, was er niet tevreden over, draaide het papier een stukje door in de schrijfmachine, begon opnieuw, was weer ontevreden, draaide het papier op z'n kop en begon weer.

Daarna ging hij op de achterkant verder. De nieuwe verzamelbundel van Faverey bevatten gedichten meer dan de eerdere uitgave. Ik heb ze al besteld. Dichters bezingen al sinds het begin der tijden de schoonheid van de eigen plek, en verwoorden hun heimwee als ze te lang verwijderd of verbannen zijn van hun woonplaats.

Het kan ook omgekeerd: Het niet vernoemde, maar duidelijk aanwezige Amsterdam is hier de verborgen tegenpool van Rotterdam. Amsterdam heeft een verleden, zichtbaar in zijn stadsbouw, met de grachtengoredel, en wat verder de Amsterdamse school, veel resten van de romantische periode met P.

Cuypers' rijksmuseum en centraal station, de eclectische stijl van Berlage Niet Rotterdam dat plat gebombardeerd werd in W. II, maar voor Deelder is dat eerder een bonus: Maar in de binnenstad staat ze te kijk, deurwaardershuizen met de harde deugd van Katadreuffe die zijn doel bereikt. Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt. In de passage krijgt de klank een hoog weergalmen en omlaag een fluistering tussen de voeten over het graniet, rode hartkamer die in elleboog met drie uitmondingen de stad geniet.

Van het vierkante, hoog en hoekig van Rotterdam naar de sprookjessfeer van Den Haag. Achterberg laat deze stad in literair perspectief verschijnen, met overal herinneringen aan gerenommeerde auteurs of bekende personages. Je hebt maar ergens tegen een gevel of huis te tikken en het begint te zingen: Bordewijk, Couperus, Eline Vere, Katadreuffe ze bezielen nog de stad, maken nog zijn charme uit.

Prachtig hoe het sonnet in het sextet eindigt waarin de passage wordt bezongen. Slauerhoff In Nederland In Nederland wil ik niet leven. Men moet er steeds zijn lusten reven, Ter wille van de goede buren, Die gretig door elk gaatje gluren. Om 't krijsen van mijn lust zal zich geen reiger reppen, Geen vos zijn tred verhaasten. In Nederland wil ik niet sterven, En in de natte grond bederven Waarop men nimmer heeft geleefd. Dan blijf ik liever hunkrend zwerven En kom terecht bij de nomaden. Mijn landgenoten smaden mij: In Nederland wil ik niet leven.

Men moet er altijd naar iets streven, Om 't welzijn van zijn medemensen denken. In het geniep slechts mag men krenken, Maar niet een facie ranselen dat het knalt, Alleen omdat die trek mij niet bevalt. Iemand mishandlen zonder reden Getuigt van tuchtloze zeden. Ik wil niet in de smalle huizen wonen, Die Lelijkheid in steden en in dorpen Bij duizendtal heeft geworpen Daar lopen allen met een stijve boord -Uit stijlgevoel niet, om te tonen Dat men wel weet hoe het behoort- Des Zondags om elkaar te groeten De straten door in zwarte stoeten.

In nederland wil ik niet blijven, Ik zou dichtgroeien en verstijven. Het gaat mij daar te kalm, te deftig. Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig, En danst nooit op het slappe koord. Wel worden weerlozen gekweld, Nooit wordt zo'n plompe boerenkop gesneld. En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord. Slauerhoff de nomade heeft er alles aan gedaan om Nederland ver te laten. In een huisartspraktijk ergens in een afgelegen dorpje in Friesland, had hij al helemaal geen zin, vandaar dat hij scheepsarts werd en rond de wereld vaarde.

Het Nederland dat hij hier con brio schetst herken ik nog van mijn pre jaren. Ik herinner mij nog in Amsterdam de deftige heren in lange blauwe mantels met witte sjaal rond de hals en vaak nog een hoge hoed op. Ook de korpsbalsfeer, zeer exclusief en bekakt, waar je met de nek werd aangekeken als je er niet echt bijhoorde. Ook de beklemmende sfeer in de dorpen herinner ik mij, met huisjes waar je in kon kijken, zonder gordijnen, en waar de gezinnen zich, naar mijn gevoel, eindeloos zaten te vervelen.

Ik ging naar Bommel om de bru te zien, Nederland in liedjes en gedichten,Ooievaar, Amsterdam, Over de liefde raakt men niet vlug uitgepraat, en zeker niet uitgedicht, daarom krijgt ze hier nog eens beurt. Van Ilja Leonard Pfeijffer Aeolica hij doet echt zijn best voor haar zij houdt ook heel erg veel van hem.

Een gedicht bestaande uit zeer korte, zeer eenvoudige zinnetjes die alleen feitjes constateren, is dit wel een gedicht? Zou het alleen een gedicht zijn omdat de korte zinnen soms abrupt in verzen zijn gesneden, omdat niet elke zin beantwoordt aan een vers, maar kunstmatig over twee verzen wordt verdeeld? Waarom die vreemde enjambementen, waarom niet de ene zin onder de andere geschreven? In elk geval het werkt. Pfeijffer weet een indringend beeld te scheppen van de relatie tussen een man en een vrouw in schijnbaar oppervlakkige waarnemingen.

In korte nerveuze trekjes staat het beeld er helemaal, en het spreekt aan, het is herkenbaar, en toch origineel. De titel vraagt een woordje uitleg: Men ziet dat elk vers bestaat uit zeven eenlettergrepige woorden, wat een monotoon gevoel opwekt, gevoel van in de pas te lopen, saai te zijn.

En toch ondanks deze vorm is het gedicht niet saai, juist door de alledaagsheid van de bemerkingen, krijgt het gedicht slagkracht, door een opsomming van banale feitjes wordt het origineel.

Men kan het niet, nooit helpen. Jij bent de aarde en wat daarbij is. Ik leef niet meer. Ik leef van je gemis. Ik ben een wond. Ik ben niet meer te stelpen. Jij bent hier niet, ik ben hier niet, waar leef ik, waar leef jij? Wij weten niet wat er gebeurt. Wij hebben ons beste leven verbeurd. En wat nu, wat geef ik? Ik schrijf mijn woorden met lichaam en handen, spreek met een stem die aan mij kapotgaat.

Ik ben die liefde en ik ben die haat en jij bent die ik ben. Liefste, wij branden verschrikkelijk in onze arme staat. Er is haast niets meer dat ons leven laat. Leven is dan van het gemis van de ander leven, haten dat hij er niet is, liefhebben dat hij er is. En wie is 'ik' nog in deze arme staat, ik is jij en jij bent ik. Van Hans Faverey Hoe zij recht staat Hoe zij recht staat: Juist zij is het die afkomstig is uit zichzelf. Al wie haar nadering heeft herkend, al wie haar stem heeft doordroomd: Hoe onmooi is haar schoonheid.

En hoe welluidend op haar handpalm alles zal kunnen verstuiven tot het nooit heeft willen bestaan. Faverey ontwikkelt een klassieke schoonheid, een Venus-figuur, imago van de vrouw die door haar schoonheid de man beheerst, maar hem ook reden van bestaan geeft: Het poserende, het recht staan, wordt precies beschreven, en krijgt erotische valentie precies door het statische karakter: Het sublieme dat bewondering maar ook angsten wekt voor annihilatie. Gerrit Komrij die onvermoeibaar bloemlezingen maakt heeft onlangs een nieuw dubbel boek laten verschijnen waar enerzijds de debutanten een plaats krijgen, anderzijds een aantal vergeten dichters.

Maar 'in cauda venenum' hij heeft er ook een kleine sectie van de 25 afschuwelijkste dichters uit de Nederlandse literatuur aan toegevoegd. Het spreekt vanzelf dat het allemaal lang overleden dichters betreft, gezien de levenden geen toestemming zouden geven tot publicatie van hun afschuwelijke gedichten.

Dichters hebben nu eenmaal een ontwikkeld eergevoel, en staan niet graag bloot aan spot en hekel. We beginnen met P. Reine geluidjes, op zil'vren fluitjes spelende sympathie Roze paleisjes van hoge wijsjes der stout fantasie. Een diep geluk een hoog genieten die lange blik in de ziels-verschieten. De dichter lijdt inderdaad aan een allesverslindende rijmdwang, die op zijn beurt aanleiding geeft tot lachwekkende woordvormingen: Een te mijden woord is verder 'gevoelsoceaan', het is teveel het verstand op nul en de blik op oneindig, en behoort tot de standaarduitrusting van de sentimentele en pathetische dichters.

Een wangedicht met de pretentie van sublieme kunst. Wienecke Rouwklachten 't jong liefje is dood, o droef gebeuren, 't jong liefje is dood. O droef gebeuren, weg is haar wangenrood, haar ogenkleur, en haar liefde groot. Wee, 'k ga haar beuren grafwaarts en poot een roos tot treuren.

Niets is moeilijker dan gedichten over liefde en dood te schrijven. Sentimentaliteit en pathetiek staan onmiddellijk klaar om het gedicht in de afgrond te helpen, wat hier het geval is. Alleen als men het opvat als een humoristische pastiche op het bestaande genre kan dit gedicht serieus genomen worden, anders is het de draak der draken. Hoe men met zo weinig woorden zoveel onheil kan stichten. Dat hier op aard' Uw wil geschied'. Gelijk Gij 't in de Hemel ziet. Ons dagelijks brood geef heden, O Hoorder der gebeden!

Vergeef, o God, ons elke schuld, Gelijk wij de anderen, met geduld. Van ons verzoeking weer, Verlos van Satan, Heer! Want U, den Vader, is het Rijk, De kracht, die heel de wereld blijk'. All' heerlijkheid tezamen In eeuwigheid, ja, Amen! Menig dichter voelde zich geroepen om bestaande gebeden te verdichten tot ze elegant en mooi waren, zo ook deze Balt, maar ondanks de goede intenties baarden ze vaak melig spraakwater. Het rijm is krampachtig, en kinderachtig.

Een God die men zo aanspreekt moet wel een potsierlijk heerschap zijn, om zich door die woorden aangesproken te voelen Zowel dood als liefde worden gauw tot sentimentaliteit en holle pathos als ze niet in bekwame handen vallen.

We gaan even bij enkele meesters te rade. Eerst Hans Faverey Rozenmond Rozenmond ligt languit in haar bad en wil er niet uit. Zij rekt zich uit en maakt met haar handen van die schokkende beweginkjes boven haar hoofd De wind is intussen gaan liggen.

Het riet beweegt niet meer en op de plavuizen vloer is ook mijn schaduw vervluchtigd. Rozenmond in haar denken is leeg. Gedachtenloos strijkt zij de kleine luchtbelletjes uit haar schaamhaar, van haar dijen.

Rozenmond ligt in bad, wil niet uit bad, komt ook niet uit bad. Zij draait de mengkranen open, duwt het hefboompje omhoog en laat het nog uren en uren regenen op haar schouders, op haar zo mooie hoofd. Delicate verwoording van de vrouw, de geliefde in het bad. We hebben al het knappe gedicht van Vasalis gehad over de idioot in het bad, maar deze keer zit de liefde in het bad.

De ik-figuur uit het gedicht is al weg, zijn schaduw is vervluchtigd, maar zij is helemaal aanwezig tot zelfs met de luchtbelletjes uit haar schaamhaar, aanwezig, Rozenmond ,met haar mooie hoofd en de urenlange regen over haar schouders. Haar denken is leeg, en haar gestes gebeuren gedachtenloos, opdat ze volledig kan samenvallen met haar zelf; niet gescheiden wordt door een idee, een bewustzijnsinhoud Rozenmond is Rozenmond, geen wind, geen enkele vertroebeling: Let op de subtiele manier waarop de dichter het woordje 'nooit' vermijdt in de laatste strofe: Zoals bij Faverey is de gedachte vijand van de liefde, maar het vlees is leesbaar voor de ontwaakte vinger die tepel zowel als venushaar leest.

Haar lichaam heeft haar typograaf, en in schuine letters, in cursief is zij te lezen, lettergezet zonder letterkast: Hoe mooi die wending bij Lucebert dat alles wat genietbaar is in het schuin staat geschreven, dat de liefde vernietigt de rechte druk, ontheft van iedere druk Er zijn er niet veel die dat kunnen.

Armando is een artistieke duizendpoot, die ook gedichten schrijft,dat, naast schilderijen en beeldhouwwerk maken, journalistiek,toneel,en TV. Het gedicht verwoord precies wat elke gevangen vijand tijdens een verhoor kan vertellen, of het nu een Duitse soldaat is in Nazi-strijd, een Taliban strijder in Afghanistan, of een Amerikaanse soldaat aldaar.

Kort en bondig en overduidelijk. Armando constateert het zonder pathos, alleen in het laatste vers komen de doden tot leven,en het gedicht krijgt vleugels.

Beginnen we met een gedicht uit In die vroege periode van zijn oeuvre is Kouwenaar nog een realist; hij weet pittige details te geven over de wereld waarin hij werd geboren. De ooms sneden koek, de tantes liepen geruisloos met gloeiend water, typeren de sfeer, en men merkt een zweem van ironie als hij schrijft: Zijn vader, in leven een reporter, is dat in zijn gedicht ook, en hij komt juist een brand te verslaan, en ruikt ook naar brand.

Op het balkon heeft hij een cigarillo gerookt, en een glas wijn gedronken, gedacht dat hij kon zweven. Dit is de setting van de wereld de dag de dichter er was Mooi slaapt nog, hier de wat rare naam voor een mens 'mooi', hij ging laat naar bed, besuikerd slaapt hij zijn roes uit. En dan komt de verrassende strofe: Wit en zwart hier verenigd in hun schitteren, de boterham en de vlinder verenigd in hun witheid.

Op het eind is er het ontwaken, het uit de veren bergen, met getik tegen schalen en het ontvouwen van vleugels. Hier zien we al enkele staaltjes van de virtuoos, die geleidelijk met de psychobiologische realiteit zal breken, om volkomen in taal te leven gedissocieerd van de gangbare wereld.

Sterk is hier het vers: En de laatste strofe waar gedicht en wereld tot een kluwen worden: Hier kun je je lievelingsgedichten plaatsen, met een woordje uitleg over wat ze met je doen. Wie een interessante lezing, artistieke gebeurtenis te melden heeft, ga je gang! We beginnen met Neeltje Maria Min: Mijn lichaam wemelt van de streptokokken.

Ik schud en steiger. Hoger stijgt de koorts. Terwijl ik lig te ijlen vrees ikj brokken als ik niet snel de dokter komen laat. Ze gaan hem bellen. Hij komt aangestevend en buigt zich over mij. Ik lijk nog levend maar godverdomme, het is al te laat.

Een spiegeltje verschijnt boven mijn mond. Ik zie geschrokken dat het niet beslaat. Ik heb het goed bedoeld maar ben bezweken. Het zal de nieuwe dokter danig steken dat ik vandaag zijn tiende ben die gaat. Zo komt zijn zaakje nooit eens van de grond. Luchtig, ironisch sonnet over ziek zijn en doodgaan.

Humor is vaak het beste middel tegen de ergste kwaal, en Neeltje Maria Min vindt de aangepaste lichtvoetige toon om vanuit het standpunt of ligpunt van de stervende en dode heel vlug het terminale proces te beschrijven.

Gedicht Voor Een Zeer Hoofd de wind verft mijn ogen om tot spitse witte vlaggen en ik geef mijn hoofd over aan de grote verre wolken in de grote verre wolken zitten maanzieke honden als door de ramen de zon schijnt zijn de honden zonzieke poezen mijn benen jengelen uit de verre wolken als van processies verstoken klokken maar mijn hoofd is een haan tussen de honden en brult en balkt en blaast en balkt terwijl de honden huilen Lucebert, plastisch zoals steeds wil zich niet met een grapje van de pijn ontdoen zoals Neeltje Maria Min, hij wil de lezer laten voelen hoe een zeer hoofd voelt.

Eerst wordt het gezicht vertroebeld: De benen jengelen uit verre wolken, losgeslagen, als klokken die niet meer in processie lopen niet meer in de juiste orde lopen, door elkaar beginnen te klepelen?

Men kan een zeer hoofd moeilijk nog voelbaarder maken dan Lucebert het hier presteert. Intensive Care Je ligt in bed en speelt een plant. Het gaat je aardig af. Je ligt mooi stil. Je groeit de wereld uit. Een rode draad vol perslucht houdt je hier. Je hebt geen flauw benul. Van een tunnel naar het licht is niets te zien in je gezicht.

Ons leven is een schitterend soort toeval, een vergissing haast, een winnend lot. De dood zit anders in elkaar een kwestie van een schakelaar. Vanmorgen maken wij ons druk als mieren, lopen doelloos rond, dwalen door de ziekenzalen, storten in en staan weer op- vanmiddag drukt er iemand op de knop. Ook de vlucht naar een hiernamaals wordt bot afgebroken met de nuchtere opmerking: Emotionaliteit komt er op het einde wel bij kijken: Wel nog de schijn ophouden natuurlijk dat we echt om de zieke geven, en voor we ons aan onze euforie overgeven nog even zwaaien naar wie we ziek achterlaten.

Ik wou wel weer een beetje ziek zijn, Honderd gedichten waarvan je beter wordt,Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, De sfeer is dromerig, het gebeuren speelt zich af op een idyllische plaats,aan de rand van de zee en misschien een bos, de geboorte van een goddin? Ambrosia, de godendrank, voor stervelingen verboden, doordenkt het gedicht, en het lijkt erop dat de poorten van het Elysium open staan Buddingh De Blauwbilgorgel Ik ben de blauwbilgorgel, Mijn vader was een porgel, Mijn moeder was een porulan, Daar komen vreemde kind'ren van.

Ik ben de blauwbilgorgel, Ik lust alleen maar korgel, Behalve als de nachtuil krijst, Dan eet ik riep en rimmelrijst. Ik ben de blauwbilgorgel, Als ik niet wok of worgel, Dan lig ik languit in de zon En knoester met mijn knezidon. Ik ben de blauwbilgorgel, Eens sterf ik aan de schorgel, En schrompel als een kriks ineen En word een kiezelsteen.

Hoewel we hier vormelijk gesproken voor een eerder klassiek gedicht staan met vast rijmschema, en herhaling van het eerste vers, gaat het hier toch duidelijk om een experimenteel gegeven, waar de auteur zich meer dan door betekenis laat leiden door klank en rijm. Buddingh schept in dit gedicht een nieuw dier, een vogel; de blauwbilgorgel, en daartoe vindt hij nieuwe woorden uit porgel, porulan, korgel, rimmelrijst enz. Het is een sprookjesvogel want op het eind verandert hij in een blauwe kiezelsteen, na gestorven te zijn aan de schorgel.

Knap hoe de dichter hier met veelal zelf gemaakte middelen een wezen schept, dat zijn plaats verdient in onze literaire diergaarde. Het refrein steeds gevarieerd in het laatste vers van elke strofe hakt flink op de lezer in, en maakt de sfeer unheimlich. Kleine melopee, om een paar keer te zeggen voor in te slapen, voor te rusten als de visser. Domweg gelukkig in de Dapperstraat, Ooievaar Pockethouse, Deze keer willen we eer bewijzen aan de meest geciteerde gedichten uit onze letterkunde, gedichten die velen uit het hoofd kennen, al van op de middelbare school soms, en die zijn een leven lang met zich meedragen, levende cultuur om het zo te zeggen.

We beginnen met Simon Vestdijk Zelfkant Ik hou het meest van de halfland' lijkheid: Van vage weidewinden die met lijnen Vol wasgoed spelen, van fabrieksterreinen Waar tussen arm' lijk gras de lorrie rijdt. Bevracht met het geheim der dokspoorlijnen. Want 'k weet, er is waar men het leven slijt En toch niet leeft, zwervend meer eenzaamheid Te vinden dan in bergen of ravijnen. Vestdijk was een uitmuntend sonnettenschrijver, en in zijn gedichten is hij in tegenstelling tot zijn romans tot kernachtigheid verplicht; elk woord moet er staan en geen woord teveel.

Een lofzang op de zelfkant, waar industrie en boerenland zich ontmoeten, het begin van de stad, waar nog niemand woont, maar waar de mensen werken voor hun brood. Niet de volle, eenzame natuur met bergen en ravijnen, is aanstichter van romantiek, maar deze halflandelijkheid waar de stoomtram langs de blekerij rijdt, waar schelpen worden gebrand, waar tussen armelijk gras de lorrie rijdt.

Vestdijk eindigt in grote stijl waar hij het sonnet naar zichzelf laat refereren in de laatste terzine: Het kalfje in deze zelfkant vastgeklonken, ergens in een weide tussen rokendefabrieksschoorstenen en voorbijlummelende stoomtram, wordt door het gedicht apart genomen, wordt door het sonnet helemaal op het einde bevrijd en naast bijna uitgebrande steenkool in het literaire paradijs geschreven.

Bloem De Dapperstraat Natuur is voor tevredenen of legen. En dan wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant. Een heuvel met wat villaatjes ertegen. Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, De'in kaden vastgeklonken waterkant. De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Het leven houdt zijn wonderen verborgen Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat. Dit heb ik bij mijzelven overdacht, Verregend, op een miezerigen morgen, Domweg gelukkig in de Dapperstraat. Wolken zijn wel schoon, maar nooit zo schoon dan als ze, omrand door zomerramen door de lucht bewegen. Voor de mens die niet veel verwacht, die niet uit is op de Mount Everest of de Niagara Falls, is een simpele straat als de dapperstraat in de regen van een miezerige morgen, bron van geluk, van het hoogste geluk: Van Gerrit Achterberg Werkster Zij kent de onderkant van kast en ledikant, ruwhouten planken en vergeten kieren, want zij behoort al kruipend tot de dieren, die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand, om deze voor de voeten te versieren van dichters, predikanten, kruidenieren, wan er is onderscheid van rang en stand. God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden, gaande de gouden straten naar Zijn troon, al slaande met de stoffer op het blik. Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods-en zie-, haar lot ten hoon, zijn daar de dominee, de bakker en de frik. Alweer het meeslepende ritme zo kenmerkend dat de lezer moeiteloos naar de finale voert.

De werkster aan de onderkant vastgeklonken, in deze burgerlijke wereld zelf een onderkantwezen, al kruipen op handen en voeten, eigenlijk meer behorend tot de dieren, begint in de terzinnen haar hemeltocht.

Symbolen van haar stiel, stoffer en blik, worden tot cymbalen, en zij gaat met zelfgemaakte muziek door de hemelpoort Zelfs het paradijs is onrechtvaardig! Domweg gelukkig in de dapperstraat, ooievaar pockethouse,Amsterdam, Zijn verzen klinken secuur en elk woord met veel zorg gekozen, hoewel het vaak onduidelijk blijft waartoe: Waarover droomt zij, als ze nog droomt, en waarom Zoals zij daar staat, lijkt ze eerder leunend in den blinde, haast zittend; misschien nog hurkend; maar waarom zeggen hurkend, nu ze al zo'n languit liggend niets lijkt geworden: Dit gedicht is een mooi voorbeeld van waar Faverey een meester in is n.

Iets, een figuur, een vrouw, staat aanvankelijk, maar bij nader inzien, leunt ze, of hurkt, of ligt Wanneer er niets meer is om het voor te doen, om het mee te doen, houdt het vanzelf op.

De vingers verlaten hun hand en laten de hand los. De voeten zijn vrij- gaan ieder voor zich te gronde. Wat blijft liggen, wordt woord voor woord opgeheven. Alleen de wind waait nog tot ook hij opgeraakt, waarheen hij wil. Hier ook weer het stuk voor stuk verloren gaan van de actieve delen.

Het doel is weg, en de werktuigen zijn weg, de vingers verlaten de hand, de voeten verliezen hun functie, gaan ten gronde Het einde na deze ontbindingsact heeft echter iets bevrijdends, het is niet de dood, want er staat: Eerst als alles is gerangschikt en alle dingen hebben plaatsgevonden, treedt wanorde aan het licht. Er steekt een wind op die zich verheft tot storm en nergens staat beschreven in de boeken die zich nu sluiten, haast oesters. Hier spreken de paradoxen, typisch voor Faverey: Mooi gezegd, als je bedenkt dat orde en licht semantisch met elkaar verwant zijn en wanorde en licht bijna tegenstellingen zijn.

Als alles is gerangschikt steekt een wind op, die zich tot storm verheft, en zich aan alle beschrijving onttrekt. In geen van de boeken staat die storm beschreven, boeken die zich nu overigens moeten sluiten, boeken die bijna oesters zijn, bang voor de vernietigende storm.

En Hugo Claus vond dat al zijn betere gedichten dat typische Claus-muziekje in zich droegen, een soort ritmische signatuur. In de bundel 'Het muzikaalste gedicht', brengt P. We beginnen met een klassieker van Gerrit Achterberg Het meisje en de trom Zij had een trom gevonden om te slaan.

Toen werd zij van metaal tot in haar tanden en trok een tinteling naar beide handen om op de trommel met stokken te slaan. Om met de trom op het toneel te staan achterovergebogen aan de banden die haar verbonden met de bonzen van de gespannen wanden van dit gromorgaan. Haar ogen zijn gesloten, want zij voelt het ritme door haar lichaam zegevieren, een drift die zich op de roffelen koelt.

Offer en overmacht slaan in elkander om. Meisje en instrument paren als dieren. Het levend meisje en de dode trom. Achterberg schrijft mathematische gedichten, die doen denken aan stellingen in de wiskunde: De metamorfose van het meisje tot een soort pop aan haar trommel gebonden, van metaal geworden tot in haar tanden,in een soort paringsritueel met de trom, is in Achterbergs woorden een proces dat zich onherroepelijk voltrekt vanaf de eerste regel.

Er is geen ontkomen aan: Offer en overmacht slaan in elkander om: Ik hoor op het einde alleen nog de roffel. Van Ingmar Heytze Warme stront Raggende Mannen coveren 'Jonge Sla' Ik kan een hoop hebbe, modder op me pijpe, kots op straat, een portiek met naalde stamp ik met droge oge doorheen, daar ben ik werkelijk hard in. Maar hondenstront in oktober, net gelegd, warm nog, onder me zole, nee!

Elk beroemd, veel geciteerd Nederlands gedicht bevindt zich in gevaar sinds Ingmar Heytze bestaat. Hij kan niet nalaten het er een pastiche van te maken, dat vaak het voorbeeld , als een schaduw volgt. Hier deed hij het met 'Jonge sla' van Rutger Kopland, gecovered door raggende mannen, en met andere woorden. Het is misschien oneerbiedig wat hij doet, maar ik beschouw het ook als een hommage, een raggende en swingende Orgastische zinnen, met het snoetje dat kreukelen aangeeft, en o zegt, terwijl de titanic zingt, met veren en gestrijk, bolero's en bellen Het muzikaalste gedicht, Uitgeverij Podium, Amsterdam Kopland mooi gekozen synoniem voor psychiater van den Hoofdakker, heeft alle literaire prijzen die een dichter maar kan winnen gewonnen, en sommige van zijn gedichten behoren tot de meest geliefde van onze letterkunde.

Niemand begrijpt dat verlangen behalve ik. Ik herinner mij iemand die altijd als ik iets zei dat ze niet begreep antwoordde: En ik herinner mij ook dat ik dan de uitspraak een aantal malen in mijn hoofd moest herhalen: God kan ondoorgrondelijke dingen met ons doen dankzij het feit dat hij niet bestaat en zo kunnen ook ondoorgrondelijke dingen worden beweerd dankzij het feit dat ze nergens over gaan.

Sinds ik dit bedacht begrijp ik veel meer. Het verlangen naar een sigaret is het verlangen zelf. Om deze pointe te kunnen toveren, diende de dichter over twee andere paradoxen te gaan: Duidelijk het gedicht van iemand die veel overdenkt, en goed beslagen ten ijs komt. I Al die jaren dat ik zat te kijken op het terras aan de rivier dacht ik hetzelfde: In hoe weinig woorden weet Kopland dit te zeggen! Jonge Sla Alles kan ik verdragen, het verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september, niet geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee. Ik hoop er eigenlijk een beetje op. Met Pfeijffer stelden we een podiumtijger ten toon, dan psat het om nu een podiumtijgerin voor te stellen en dit wordt Hagar Peeters. Met warme, indringende stem stuurt ze haar woorden de ruimte in, bijna bezwerend. Vannacht Kwam Ik Mijn Ouders Tegen Vannacht kwam ik mijn ouders tegen, twee bleke schimmen die naar elkaar toe negen in het witte licht van een lantaarn.

Aan hun geluk te zien kon ik nog niet geboren zijn. ZE waren jong en heel verliefd. Een groot verdriet bedroefde mij omdat ik wist hoe het zou verdergaan. Zij schaterde om iets dat hij haar toegefluisterd had. Hij lachte hard zoals hij nog vaak doet. We wisselden een beleefde groet en daarna scheidden zich weer onze wegen. Gearmd gingen ze zwijgend om een hoek. Ja, die ouders van Hagar Peeters, beseffen duidelijk nog niet wat hun te wachten staat: Daarvan beval je niet elk jaar, en of het bevalt?

Gebarentaal Van De Schaamte Ik mocht bij haar kijken hoe het bij mij zou worden. Zo groef ze ongevraagd haar benen uit elkaar met vingertoppen klein als haar clitoris. Dus uit dat rafelige roosje, dat van verbazing openstaande mondje, die twee zwijgende lippen die mij nu eens niet vertellen hoe ik me gedragen moet- nooit waren lippen stiller. Ze laten, wilden ze me leren, soms veel over zich heen gaan.

Mooi dit initiatie-moment in beeld gebracht, met zwijgende lippen die nu eens niet vertellen hoe Hagar zich gedragen moet, maar gewoon tonen hoe ze later zijn zal. Hollandse Zondvloed De ouden bouwden in arremoe dit land tot wat het is: Nederland leeft gedurig onder overstromingsgevaar, maar dit is nog niks vergeleken met wat er in de zolderkamers gebeurd waar elke nacht de dijken breken en de polders overstromen Weg van dat brave pad, dit is ook poezie en las het graag..

Sommige recensenten vinden hem een geweldenaar zonder meer, anderen vinden dat zijn dichtstijl aansluit bij Lucebert, en dus heel inventief is. We steken van wal met: Touwen 6 Krijg toch het vet in je hartklep en zwerende klauwen. Krijg toch een stijve erectie op reis met je moeder. Krijg toch de impopulentie bij elk sopgeil loeder. Krijg toch een doodwens met stevige bomen en touwen. Krijg toch een buurman met drumstel en afweergeschut. Krijg toch een lek in je boot uit de kust van Nieuw-Zeeland Raak toch acuut aan de spuitende schijt op het naaktstrand.

Krijg toch een ex met de druipende aids in d'r kut. Krijg toch een stinkende levende worm in je bier. Krijg toch een wijf met migraine dat met je wil trouwen. Word toch gerukt door een sabeltandtijger met klauwen.

Word toch gepijpt door een hongerig vogelbekdier. Word toch geneukt in je hol door een roedel karbouwen, tiefende tyfus en tieten met gloeiende touwen. Ik liet het allemaal over mij spoelen, en kwam er eufoor en gereinigd uit. Touwen 9 Godverdekankers en godvermelazerdomme, heilige Jezusmaria met druipende doper, Mozes met kriebels, Johannes de stuwdammenloper, geilige geest in een duif die schijt op de kromme leuter van Levithan, god bij de kut van Bethsame, Salome, Solomon, Sodom, gonorreu met luizen, hoeren van Bethlehem met dichtgespijkerde kruizen, Jezus van Nazareth Christus, Pilatus godsamme, Hennoch, Herodes, Herodias, Hebron, Hosea, Habakuk, Haran, Hor, Hiob, Hizkia, Hananja, krijg toch een zwerende tokus en pijn in je anus.

Heian variaties hoop op mimosa vorige lente samen nu blijft de winter spinnendodend eenzaam hart als een sneeuwende haiku maanziek mimosa kalligraferen maar kou onbetoverbaar vertrapt mijn hart als een spin kille haiku onder sneeuw ik doodde een spin en heb een koude avond vorig jaar april maanziek minnen met jou in haiku heug ik mimosa Bizar weer, van zo'n geweldenaar zou men niet direct een serie tanka's verwachten, variaties op mimosa, spin en haiku Hij liet zijn vrede dalen Op ziel en zin; 'k Voelde in zijn' vaderarmen Mij koestren en beschermen, En sluimerde in.

De morgen, die mij wekte Begroette ik blij. Het is altijd een opdracht voor een Belg om 11 november te herdenken: De eerste wereldoorlog haalde alle hoog gespannen idealen van het z.

Hoe was het mogelijk dat een cultuur die zich humanistisch en verlicht kon noemen zo diep had kunnen vallen? Wij geven bij wijze van antwoord een gedicht van Paul Van Ostaijen: Aan een moeder Je hebt me gezegd: Als ik stappen hoorde op de straat zei ik: Dat luisteren en verwachten hoeft nu niet meer.

De penningen die ik heb willen besparen om hem een jas te kopen, liggen nog in de kast, naast de oorlogsprentjes uit zijn jeugdjaren. Je moest voor mijn zoon een gedicht maken dat leg ik naast de prenten in de kast. Woorden die je troosten moeten, omdat je je zoon niet meer zult wekken; je zult zijn koffie niet meer bereiden, steeds als de klok dezelfde uur slaat, hem nooit meer nakijken als hij de straat langs gaat en nou moet je niet meer de woorden bepeinzen die je hem zeggen zou in stervensnood.

Slagveld, veld van eer, vaderland, en de zaak van het recht. Maar ook staat dit geschreven: De laatste kreet van je zoon was: Mijn vaderland is dood, in de zonnegloed van mijn moeder die ik derven moet;'- Je zoon,moedertje, viel niet voor een gerechte zaak, maar zijn bloed werd hem afgeperst door allen, omdat ond de menselijke goedheid is ontvallen.

Maar ik, wij, wij allen zijn de moordenaars van je zoon en elk woord als eer en held is smaad en hoon. Elk soldaat die valt in de krijg, hij werd getroffen door een sluipmoordenaar. Dit zijn wij allen, allen die het geloof verloren.

Je zoon heeft me gezegd: Als je zoons zoen aan de bloednatte Aarde nu niet de waarheid heeft vrijgekocht, betaald met zijn warm vlees, dan is er weer niets gebeurd.

Om je zoon, om je zoon die viel, werp de glazen kralen van je dwaze woorden weg. Als je zoon die viel, als mijn broeder die nog in de kiel staat van de loopgraven, als al de zoons en broers, als de miljoenen verlossers,-laatste teken van de visfiguur,- die weerom brengen de bloedige offerande op dit uur, volgens de oude wet, als de miljoenen kruisen, die zij niet te dragen hadden, dan enkel houten armpjes en rij aan rij, niet hebben vrijgekocht de nieuwe erfzonde van machtbegeren en van waan, dan wordt de sakrifisie, volgens de oude wet gedaan, weer nutteloos.

De miljoenen zwarte fatum-kruisen zijn zwijgend, maar hun zwarte, wijd-open wonde heeft het woord gevonden: Alles is waan, alles is zonde; levenden, vergaart de kleine krachten die nog blijven tot geloof in het levende leven.

Alles is zo grenzeloos schoon, luistert naar dit ontluikend begrijpen in ons geweten. Van Ostaijen ziet de oorlog als een gevolg van de nieuwe erfzonde: Elk leven dat in dienst van de dood staat, in dienst van die enorme troep ambitie: Bemioedigend de laatste regel van het gedicht: Hij heeft gelukkig de tweede wereldoorlog niet moeten meemaken Enkele voorbeelden uit de bundel: Van Maria Vasalis Een Gedicht Is het vandaag of gisteren, vraagt mijn moeder, bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.

Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag en zegt: Ik troost haar, dierbare sneeuwwitte astronaut zo ver al van de aarde weggedreven, zo moedig uitgestapt en in de ruimte zwevend zonder bestek en her en der.

Zij zoekt-het is een s. Haar Franse les herhaalt zij: Ik ben zo moe. Vasalis gedicht over haar oude, bedlegerige moeder behoudt het evenwicht tussen registreren en inleven. Hoewel haar moeder al zeer ver van het aardse leven verwijderd is, en meer op een astronaut lijkt, zwevend her en der, zonder vaste landingsplaats, weet Vasalis haar toch te vinden in een Franse les van lang geleden Eenvoud in hun liefde die wiskunde lijkt: Zo wil ik ook wel wiskunde.

Zo wil ik ook de liefde. Is dit een typisch vrouw-gedicht: De Amoebe, ongeslachtelijk, als voorbeeld van de ware liefde, niks geen relaties tussen twee geslachten, niks penetratie, bolle buik en zwangerschap: Ik heb je geroken toen je naast me zat. Je was als een theedoos van Van Nelle met heel veel verschillende smaakjes erin.

Als ik naast je zou liggen zou ik je afsnuffelen zou mijn neus in je haar mijn neus in spleten hier en daar. Ik zou me in een geuren-dromenland wanen, met jou geurig als iemand maar kan zijn naast me naakt en gratis Geen inhibities bij Sylvia Hubers, die haar meneer, volledig wil consumeren tot in het laatste spleetje zijn geur wil opsnuiven, de meneer die naast haar ligt: Geen amoebe-liefde hier, geen delende liefde, neen gewoon proeven van alle voorradige smaakjes die het herenlijf kan bieden.

Ik krijg er zin in een kopje thee van, een lekker sensueel kopje rozenbottelthee. Een dichteres die ik op gedichtenfreaks leerde kennen is Ludy Roumen.

Zij verbleef lange tijd in Cambodja en dat liet sporen na in haar gedichten: Er ligt een vrouw Er ligt zomaar een vrouw voor de oude pagode. Ze blokkeert de oprit heel stil op haar zij.

Het lokale verkeer rijdt er snel aan voorbij. Da's in de commune hier blijkbaar de code. Er ligt zomaar een vrouw voor de oude pgode, Zo keurig gekleed volgens plaats'lijke mode.

Maar het grauwe gezicht doet de ogen snel wijken. Men loopt om haar heen zonder te bekijken. Er ligt zomaar een vrouw voor de oude pagode.

Heel ernstig gewond-'t is wellicht zelfs een dode. Rust het hoofd op haar arm, zo te zien al verstijfd. Allicht dat zo'n beeld op je netvliezen blijft. Geen monnik die broederlijk over haar waakt. Hier lijkt zelfs de Boedhist nog de weg kwijtgeraakt.

Ook hij wacht het af of er geld wordt geboden. In kleine ballade-vorm gegoten dit gedicht voor en over een dode vrouw voor een oude pagode, met de insisterende beginregel die de dood of het ongeval herhaalt, tot je er zelf koud van wordt.

De omgeving is onverschillig, ondanks de Boeddhistische regel van het medeleven, rijdt het lokale verkeer snel voorbij, en de monnik bij de vrouw wacht tot er misschien aan het voorval wat te verdienen is. Ludy is vandaag nog op freaks actief, en verschijnt soms in de tempel onder de mooie naam Dibu. Sinds Slauerhoff weten we dat een dichter in zijn gedichten woont, alleen woorden verlenen hem onderdak, en al wat blijvend en van steen is, kan deze nomade niet bekoren. We beginnen met Guy Mandelinck In het dialekt van een mus In het dialekt van een mus hoor ik mijn moeder roepen; verdwaald tussen de bloemen moet ik haar zoeken.

Purper valt haar mantel op het koningskruid. Zij is mijn moeder: Ik heb mij vaak in haar huis betrapt. In niets werd zij misleid: En waar zij van loutere goedheid spreekt, wordt haar tong met laurier belegd. Een zachtere regel heeft de liefde niet. Het moederhuis in volle glorie, in het dialekt van een mus. Haar stem zo vertrouwd, dat ze klinkt als mussengesjilp doet het huis leven. De dichter op zoek naar die verloren moeder-tijd, waarin hij zich zo vaak in haar huis betrapte.

Eijkelboom Veranda's vooral Geef ons huizen die zich te buiten gaan aan erkers en serres en soms een veranda. Ze halen de bomen naar binnen en stulpen een kamer de tuin in. Erkers van toen je de weelde nog kende van middagen vol verveling. Serres met schalen viooltjes, hun bruin wel zo diep als dat van lang met was bewerkte mahonie.

En buiten bloeit de nooit door luizen aangevreten volmaakte roos van het verleden. Ja, geef ons veranda's vooral, het lang gekoesterde gif van de weemoed. Het huis van het verleden, huis van nostalgie, dat met zijn erkers, serres en veranda's uitstulpt en vertakt Eijkelbooms gedicht is gedrenkt in het lang gekoesterde gif van de weemoed. Wij zijn alleen met het gefrons van de zee. Oneindigheid is iets tussen ons. Zo kort is blijven. We schrijven kaartjes, om nadien van anderen te horen dat we hier hebben bestaan.

Met een vuurtoren of zo, die meer leegte zoekt dan hij kan onthouden. Of met uitzicht op deze grenzeloze verloren- heid, waarin zelfs bunkers van gebouwen klein zijn geworden van groot vertrouwen. Het vakantiehuis aan zee, waar men verblijft, en kaartjes schrijft om eraan herinnerd te worden, aan de vuurtoren, die meer leegte zoekt dan hij kan onthouden Ja, Herman de Coninck kon prachtige pirouettes maken!

Het huis herinnert zich mij, bloemlezing over het huis,samengesteld en ingeleid door Jozef Deleu,uitgeverij p,Leuven De kermis heeft haar eigen muziek, haar eigen felle kleuren, die de grenservaringen van mateloos genieten vermengd met smorende angsten, trouw begeleiden van hoog naar diep, van hoofd naar buik, van lichaam naar ziel.

Voor de dichter een uitgelezen thema, een uitdaging om de rijke schakering van gevoelens te evoceren in vaak kleurrijke metaforen en meeslepend ritme. We beginnen met Wiel Kusters: Op de kermis Te groot vond je jezelf voor carrousel en vliegtuigjes, te duizelig werd je van de rups. Van de waarzegger wist je dat hij loog. En het tapijt vloog veel te hoog. Maar wat was dat? De vrouw met de vier borsten. Je wordt al groot, maar borsten vind je nog wat raar.

En vier nog wel! Een mens zijn hoofd is al zo zwaar. Tja als je dertien, veertien jaar bent, ben je voor een stuk de kermis ontgroeid, te groot voor carrousel en vliegtuigjes, ben je nog niet rijp voor de grote mysteries van het feest. De vrouw met vier borsten daar knap ja al gauw op af.

Van Mark Meekers Kermiskoorts De tijd stond in een vervlogen vervoeging. Hoe plastisch verteld die kermiskoorts met vogels die achteruit roeien, telefonerende tortels en krekels die hun laatste griffels breken Het duurt maar kort dit hoogtepunt, daarna hoor je weer traag de dagen als ossen stappen, en het krioelen van de stilte.

Van Lernert Engelberts Verlaten terrein Het mooiste van de kermis was niet het schelle geluid van botsende auto's het lonkende licht, de grijparm die het horloge miste of de zoete geur van de suikerspinwagen, maar de bleke vierkanten in het gras, de afdruk die de kermis op de grasmat van het park achterliet.

En dat ik dan met mijn zusje aan de hand naar de plek terugkeerde en zei: Ja de kermisbeleving kan te intens zijn om ze te kunnen assimileren. Na gedane strijd, als de rook is weggewaaid, is het goed om op de plaatsen van intensiteit terug te keren, en te wijzen waar wat gebeurde. Als de soldaat die elk jaar terugkeert naar het slagveld, om te pogen te begrijpen wat hem allemaal is overkomen. Ik heb muzikanten wel eens in het Zuid-Afrikaans horen zingen, dat is ook zo'n prachtige vloeiende taal en wat dacht je van de teksten van Daniel Lohues een rasechte Drent wat een prachtig taal hebben we toch met z'n allen en wat hebben we toch heerlijke schrijvers in ons taalgebied groet Dick.

Een taal in een taal, meer dan een streektaal, niet te reduceren tot het Nederlands of Duits, leeft het Fries haar eigen leven, onbeschaamd en trots op haar klanken en uitdrukkingen. As skuorpapier de sykjende hannen op har liif, it swil fan 'e tsjinakseljende ierde, de groeden. Begeerte Dat, als de kinderen haar tot op de botten hebben opgevreten, de vlucht het grote verlangen wordt. Niet meer genoeg aan het volwassen spelen, het duwen van de schommel, het verscholen zitten en niet meer voor de dag willen komen, het neer- buigen, het quasi-vegen van een snotneus, het vermoeide huilen om andere dingen, als het in haar schoot opnieuw beweegt.

Dat ze een vinger in de lucht steekt om te weten waar de wind gebleven is, de zoele, de bedriegende, die storm werd en haar hier heeft neergesmeten. Als schuurpapier de zoekende handen op haar lichaam, het eelt van de tegenstrevende aarde, de littekens.

Begeerte naar vlucht, naar weg wezen, van deze moeder die het allemaal heeft meegemaakt: Een zoele wind, die zoveel goeds beloofde, heeft haar meegevoerd, en tot storm geworden haar neergesmeten, waar ze met haar oude handen als schuurpapier haar lichaam aftast en slechts littekens vindt en de eelt van de ouderdom.

Indrukwekkend dit gedicht met zijn scherpe indringende metaforen die het leed van de jaren zichtbaar maken Ik sykhelje hymjend troch myn stive snorkel de sinne en de wolkens komme sa yn myn holle. In de vertaling van Jabik Veenbaas wordt dit: In Een Vijver In een vijver leef ik samen met mijn zweetklieren deze drukke dieren schieten cirkelend heen en weer in het groene water en spuiten fris kruidenzweet voor de zieke vissen.

Ik adem hijgend door mijn stijve snorkel de zon en de wolken komen zo in mijn hoofd. Plat en breed als een warme zomerkwal lig ik suizelend en stoned in het zuigende slijk en zie de grauwe gebroken luchten traag varen boven de spiegel. Dan ineens verschijnt als schaduw een koe met dorst, het is mijn moeder. Ze vertrapt ondiep in de boerenvijver mij en alle andere dieren. Net niet dood zweef ik nu breder in het water en ben met meer langzaam kruipen we straks bij haar aan land en nemen wraak. De geest van de vijver is een kwalachtig wezen dat met zijn over het wateroppervlak uitgespreide zweetklieren de dieren van de vijver van levenskracht voorziet.

De geest draagt een snorkel, en vangt de zon en de wolken in zijn hoofd. Hij suizelt en is stoned, verhangen in het zuigende slijk van de vijver. Alles lijkt idyllisch, hoewel surrealistisch tot de koe verschijnt en de dieren in de vijver in haar dorst vertrappelt.

De geest is nog in leven, ondanks die brute behandeling van zijn moeder, de koe, en zint op wraak door aan land te kruipen en de koe lik op stuk te geven. Knappe verfrissende verbeelding van de vijver-geest in dit gedicht, men waant zich weer in de tijd van bos- en waternimfen die hun kostbaar goed bewaken.

Die foto heb ik ook, maar klein formaatje. Ik overweeg nog de Erik Oldenhof aan te schaffen omdat ik daar drie doekjes van heb. Ik moet wel eerlijkheidshalve toegeven dat Hugo Claus mij ooit verklapte dat hij de haiku een verderfelijke dichtvorm vond, maar- voegde hij eraan toe- zoals alles wat verderfelijk is, raakt het in de mode Hijzelf schreef er ook enkele maar hierover later Ik heb er nog over nagedacht of het wel goed was om die Japanse epigrammen van Lucebert op Forum te plaatsen.

Ik vind die Japanse epigrammen in zijn verzamelde gedichten, ben er ook van geschrokken, kende die kant van hem niet Zeg eh Milou Wil jij hier eve ophouwe Lucebert een beetje belachelijk te make? Stiekem stelletje koekoes aansmere he? Ik heb het wel gezien hoor, ben nie achterlijk Die denk van owww, klaarlichte dag, dan zie Leliefiets dat toch nie, dan kan dat wel, heeftie niet door. Maar dan had ik het 's nachts ook gezien hoor!

Bovendien heb ik een koekoeverklikker op mijn pc, dus elke keer als er koekoe geplaatst wordt, gaat er rooie zwaailichtje boven mijn monitor, dus ik kwam net na het eten even boven en ik dacht verrek, rooie zwaailichtje??

Zittie Lucebert paar koekoes aan te smere Dit is weer iets heel anders, maar ontroert me altijd als ik het lees, Guido gezelle O!

Nochtans, o ruisend ranke riet, uw stem is zo verachtelijk niet! God schiep den stroom, God schiep uw stam, God zeide: O neen toch, ranke ruisend riet, mijn ziel misacht uw tale niet; mijn ziel, die van den zelven God 't gevoel ontving, op zijn gebod, 't gevoel, dat uw geruis verstaat, wanneer gij op en neder gaat: Dichtoefeningen, van internet geplukt met tikfouten en al Onze dagelijkse portie Lucebert dus.

Een minder bekend van Lucebert vinden wij in zijn japanse epigrammen, waar hij helemaal in stijl de Japanse haiku meesters nabij komt. Lucebert,verzamelde gedichten,de bezige bij, amsterdam, In verscheen het bundeltje 'Swordplay-Wordplay' een soort literair duel in kwatrijnen geschreven door twee reuzen uit de Nederlandse letterkunde; Adriaan Roland Holst en Simon Vestdijk. Het is Roland Holst die het dubbeltje aan het rollen bracht met dit kwatrijn over Vestdijk Simon Vestdijk Wat mag het raadsel van uw arbeid wezen?

Muur van Geest, waar die van de Chinezen te kort bij schiet. O,Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen! Dit was niet mis. Hier wordt Vestdijk op zijn veelschrijverij gepakt en met de woordkarige Bloem vergeleken, die soms jarenlang niet schreef, en dan weer enkele sonnetten publiceerde. Vestdijk had hoogte gekregen van Adriaans kwatrijn en ging prompt in de tegenaanval.

En die op aarde veel of weinig baren krijgen hun beurt wel op de Oordeelsdag. Tot ik mij bedacht dat hormonen geen oortjes hebben. En sommige levenslessen komen met de jaren. Uiteraard verheugde ik me op de nabeschouwingen. Niets geeft zo'n inkijk haha in het diepere gevoelsleven hihi van de tiener, als het verslag van een puberfeest.

Ze had het aangedurfd om hem aan te spreken. Omdat ik zelf een hazenhart heb in dit soort zaken, vond ik dat prijzenswaardig. Dochterlief had echter zwaar de pest in. Zo zwaar dat het enige tijd duurde voordat de aap uit de mouw kwam. Een 'platte slet zonder tieten' had zijn aandacht getrokken. En viaviavia had ze gehoord dat J. Tja, daar sta je dan, als vader. Ik kon mij even goed inleven in die jongen als in mijn dochter. En dan moet je ook nog de opvoeder zijn. Dat gaat wel over als ze 80 zijn.

Tijdens mijn verdedigende monoloog over mannenhumor, stoere-jongens-praat, en de verschillen tussen man en vrouw, merkte ik dat ik toch een aantal bonuspunten was kwijtgeraakt. Je kind leert een levensles, en jij betaalt ervoor. Elke stap in de richting van een realistisch wereldbeeld, onafhankelijkheid, en individualiteit, is een hap uit je ouderlijk voetstuk. En dan opeens sta je op gelijke hoogte, denk ik.

Maar die tijd is nog ver. Nu kan ik haar nog helpen om dingen te relativeren. Ja, jongens denken veel aan seks. En meiden denken veel aan vriendjes. Dat moet ze leren inzien, zoals zoveel dingen. En dat geeft teleurstellingen. Het is een lange weg van Teletubbie naar onafhankelijke vrouw. Ik heb nog maar niet verteld dat die weg eigenlijk nooit eindigt.

Het is heuvel na heuvel. En ik weet al wat de eerstvolgende heuvel zal zijn: Het zijn steile, verraderlijke heuvels, maar we komen er wel. Hier in Huize Sarcas nemen we de tijd om over dit soort dingen te praten. Relaties, seks, gevoelens, vriendschappen En daarom heb ik een uitstekend gevoel over de toekomst. Het komt allemaal wel goed. Het is tenslotte een supermeid!

Hij studeerde een blauwe maandag psychologie, was werkzaam als systeembeheerder, en kreeg zoveel lol in het opvoeden dat hij op latere leeftijd pedagogiek is gaan studeren. Overslaan en naar de algemene inhoud gaan. Zwanger worden Zwanger-bevalling Baby-dreumes Peuter-kleuter Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Leeftijden - Alle - Zwanger worden Zwangerschap en bevalling Babytijd-dreumestijd Peutertijd-kleutertijd Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Home » Columns » 32 lekker ding.

Beschermend instinct Natuurlijk wil ik dat mijn dochter geniet van haar jeugd, en zich vrij en zeker genoeg voelt om relaties aan te gaan. Ouderlijke vermaningen Omdat ik nu eenmaal een ontzettende meevoelende vader ben, wenste ik haar succes bij het feestje waar J.


Grote zwarte kut sperma sletjes


Tja, daar sta je dan, als vader. Ik kon mij even goed inleven in die jongen als in mijn dochter. En dan moet je ook nog de opvoeder zijn. Dat gaat wel over als ze 80 zijn. Tijdens mijn verdedigende monoloog over mannenhumor, stoere-jongens-praat, en de verschillen tussen man en vrouw, merkte ik dat ik toch een aantal bonuspunten was kwijtgeraakt.

Je kind leert een levensles, en jij betaalt ervoor. Elke stap in de richting van een realistisch wereldbeeld, onafhankelijkheid, en individualiteit, is een hap uit je ouderlijk voetstuk. En dan opeens sta je op gelijke hoogte, denk ik. Maar die tijd is nog ver. Nu kan ik haar nog helpen om dingen te relativeren. Ja, jongens denken veel aan seks. En meiden denken veel aan vriendjes. Dat moet ze leren inzien, zoals zoveel dingen. En dat geeft teleurstellingen. Het is een lange weg van Teletubbie naar onafhankelijke vrouw.

Ik heb nog maar niet verteld dat die weg eigenlijk nooit eindigt. Het is heuvel na heuvel. En ik weet al wat de eerstvolgende heuvel zal zijn: Het zijn steile, verraderlijke heuvels, maar we komen er wel. Hier in Huize Sarcas nemen we de tijd om over dit soort dingen te praten. Relaties, seks, gevoelens, vriendschappen En daarom heb ik een uitstekend gevoel over de toekomst.

Het komt allemaal wel goed. Het is tenslotte een supermeid! Hij studeerde een blauwe maandag psychologie, was werkzaam als systeembeheerder, en kreeg zoveel lol in het opvoeden dat hij op latere leeftijd pedagogiek is gaan studeren. Overslaan en naar de algemene inhoud gaan. Zwanger worden Zwanger-bevalling Baby-dreumes Peuter-kleuter Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Leeftijden - Alle - Zwanger worden Zwangerschap en bevalling Babytijd-dreumestijd Peutertijd-kleutertijd Basisschoolleeftijd Puberteit Jongvolwassen Home » Columns » 32 lekker ding.

Beschermend instinct Natuurlijk wil ik dat mijn dochter geniet van haar jeugd, en zich vrij en zeker genoeg voelt om relaties aan te gaan. Ouderlijke vermaningen Omdat ik nu eenmaal een ontzettende meevoelende vader ben, wenste ik haar succes bij het feestje waar J. Verwarrend hoor Uiteraard verheugde ik me op de nabeschouwingen. Bonuspunten kwijtgeraakt - "Mannen zijn nu eenmaal anders dan vrouwen", begon ik slapjes.

Hoe lul ik mezelf klem, deel 1. De kosten van levenslessen Zo gaat dat. Supermeid Het zijn steile, verraderlijke heuvels, maar we komen er wel. Altijd het laatste woord. Even op adem komen.

Liefde op het eerste gezicht. Een nieuwe school, een nieuw begin. Ben ik al bruin? Ja, ik ga akkoord met de privacy policy. Ja, ik ga akkoord met de algemene voorwaarden.

Ja, ik accepteer alle cookies en aanverwante technieken. Dank je wel, helemaal top. Klik nu op de knop hieronder om je keuze te bevestigen en door te gaan naar FOK. Ja, Ik wil graag een goed werkende site! Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden. Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site.

Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc.

Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen. Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld.

Uitleg over onze cookies.